(uit Amsterdamse woonbotenkrant December 2002)
In het programakkoord is voor 2003 een miljoen euro beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het waterplan. Daarbij heeft het regelen van het wonen op het water een hoge prioriteit. Voorstel 350.000 euro voor wonen op het water en orde op het water, 450.000 euro voor de zorgtaak grondwater en 200.000 euro voor de uitwerking van het waterplan.
Omdat de bevoegdheid voor beleid op het water bij de stadsdelen ligt is deelname van de stadsdelen een voorwaarde voor dit project. Deelname van SAC (Stadsdeel Amsterdam Centrum), Zeeburg, Noord, Zuideramstel, Westerpark, Oost/Watergraafsmeer en Oud West is in elk geval wenselijk. Op 5 september 2002 is een portefeuillehoudersoverleg wonen gepland waarin het projectvoorstel besproken wordt.
Begroting projectorganisatie voor 2003: Projectmanager (20 uur per week) 100.000 euro, medewerkers en adviseur 135.000 euro, materiaal 65.000 euro. Totaal 300.000 euro.
Voor het beleidsterrein 'Wonen op het water' wordt een beleidsprogramma opgesteld dat uit een plan van aanpak en thematische projectplannen bestaat.
Aspecten van het woonbotenbeleid worden in de volgende vijf hoofdthema's geclusterd:
1. Ruimte voor wonen op het water
Nieuwe en alternatieve plaatsen voor woonboten (uitbreidingen, zo ja waar en hoe), bijzondere woonvormen (waterwoningen e.d.), grootstedelijke projecten, wachtlijsten, woon-/werkcombinaties, illegale woonboten.
2. Een stevig fundament
Woonlasten/-subsidies, precario of erfpacht, bestemmingsplannen, subsidies, vergunningbeleid.
3. Fraaie aanzichten
Welstandregels, architectuurbeleid, historisch schepenbeleid, vervanging, verbouwing en onderhoud van woonboten
4. Prettig wonen
Woonkwaliteit, onderhoudseisen, beheerzaken, gebruik walkant, nutsaansluitingen, riolering, overlast
5. Papieren tijgers
Automatiseringssysteem vergunningen, digitaal loket, duidelijke regels, inzichtelijke protocollen, heldere informatievoorziening klanten
BBA stuurt de projectorganisatie aan en stelt een projectbureau in. De projectorganisatie omvat:
1. Stuurgroep
Bewaakt het beleidsprogramma, de doelstellingen en de prestatieafspraken. Bestaande uit de wethouder Water centrale stad (voorzitter), de projectmanager van 'Wonen op het water' (secretaris), twee tot drie stadsdeelwethouders en de directeuren van BBA, DWR en Dienst Wonen
2. Projectgroep
Deze adviseert de stuurgroep en bestaat uit de projectmanager van 'Wonen op het water' (voorzitter), vertegenwoordigers van de stadsdelen en medewerkers van BBA, DWR en de SWD.
De woonbootorganisaties LWO, WAF en SBA zijn geen lid van de projectgroep, maar hebben wel toegang om hun expertise in te brengen en krijgen tijdig alle vergaderstukken.
3. Tijdelijke voorbereidingsgroep
Deze stelt een plan van aanpak op en bestaat uit dezelfde partijen als de projectgroep.
4. Thematische werkgroepen
Leveren in workshops input voor de projectplannen. Bestaan uit deskundigen en betrokkenen rondom een thema en stadsdeel- en gemeenteraadsleden.
5. Projectbureau
Voert het secretariaat voor de stuurgroep, ondersteunt de projectgroep en de thematische werkgroepen,
Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Waterbeheer Datum: 28-08-2002
W.1 Bestuurlijk testament "Woonbotenbeleid op de politieke agenda voor de periode 2002-2006"
(Ter kennisgeving: Projectvoorstel wonen op het water)
- Dhr. De Graaf (CDA) maakt complimenten over het projectvoorstel. Zijn fractie is er heel blij mee. Zij wil graag ordening op het water en acht dit een goede stap in die richting. Zij mist echter de rol van het Grondbedrijf - met name omdat daar veel kennis van zaken zit - en een politieke ronde in het traject. De gemeenteraadsleden worden er wel in een schaduwclub bij betrokken, maar het lijkt hem verstandig gezien het draagvlak en de gevoeligheid van het onderwerp, dat er eerder in het proces een aftasting komt waar de fracties staan.
- Mw. Kalt (AA/DG) is heel tevreden over deze enorm zware opzet met de inzet van een niet geringe projectcapaciteit. Zij begrijpt echter niet helemaal welke rol de stadsdelen hebben. Het is van groot belang dat die afstemming goed is.
- Dhr. Goring (VVD) roemt het voorstel als een voorbeeld van het poldermodel in hoogtijdagen. Hij vraagt wanneer erfpacht op het water nog aan de orde komt. Hij is in dat verband van mening dat in relatie tot de huidige precariobetaling wordt verzuimd aan te geven wat de voordelen van erfpachtbetaling zijn in termen van rechten die men kan doen gelden en adviseert dat voordeel meer te benadrukken.
- Dhr. Reuten (PvdA) vertelt dat ook de PvdA-fractie blij is met dit richtinggevende stuk. Er is in totaal een miljoen euro beschikbaar gesteld in het pro gramakkoord. Nu is het voorstel € 350.000 te bestemmen voor wonen op het water. In het projectvoorstel staat een bedrag van € 300.000. Hij neemt aan dat afhankelijk van de inzet die de Raad wil plegen, flexibele besteding van het bedrag per jaar mogelijk is, want het hangt natuurlijk af van welke projecten uit het plan van aanpak prioriteit krijgen. Dan kan eventueel onderzoek naar erfpachtmogelijkheden op het water als prioriteit worden aangewezen. Die afweging komt waarschijnlijk in januari aanstaande en niet in dit najaar, zoals in het stuk staat, aan de orde. Zijn fractie waarschuwt voor het risico dat het allemaal te veel wordt en pleit ervoor met elkaar straks de werkelijke discussiepunten binnen het wonen op het water te benoemen om tot prioriteitstelling te komen. Hij vraagt waarom stadsdeel Oud-Zuid er niet bij is betrokken. Spreker sluit aan bij de vraag van mevrouw Kalt inzake de rol van de stadsdelen en verzoekt nader uit te leggen hoe het zit met de tijdelijke reorganisatie in bepaalde deelprojecten en dat het dan weer wordt teruggegeven aan de stadsdelen op het moment dat een en ander op orde is. Daarbij gaat het om de cijfers, de inventarisatie van plaatsen, de wachtlijsten en de historische overzichten, die naar hij aanneemt in het plan van aanpak komen. Tot slot wil hij weten hoe het in de tijd dat het plan van aanpak wordt gemaakt en de start van de deelprojecten plaatsvindt, gaat met het beleid dat er nu is inzake bijvoorbeeld handhaving en de contacten daarbij met de stadsdelen.
- Dhr. Hans Bakker (SP) onderschrijft de vragen over de stadsdelen. Er staat dat de bevoegdheid voor het beleid op het water bij de stadsdelen ligt. Zonder die steun gaat het dus niet. Hij vraagt hoe het staat met de draagvlakverwerving daarvoor. Er staat ook dat er de politieke wens is om wonen op het water waar mogelijk gelijk te schakelen. Hij zou bij waar mogelijk een accent willen zetten, want die mogelijkheden zijn naar gebleken nog al problematisch. Hij hoopt dat er nu een verhoogd realiteitsniveau is bereikt. Op blz. 3 staat bij uitgangspunten voor de aanpak : "besluitvormingsprocedures volgens de regels van de Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene Inspraakverordening". Dat lijkt hem vanzelfsprekend, maar misschien is dat niet zo en staat het hier daarom zo expliciet.
- Dhr. Van Brug (MM99) vindt het een heel mooi rapport. Er is in het stuk sprake van drie woonbootorganisaties, LWO, WAF en SBA. Zijn dat Amsterdamse of landelijke organisaties en als het laatste het geval is, waarom zijn dan de Amsterdamse niet uitgenodigd? In het organisatieplaatje signaleert hij bij de projectgroep zeven stadsdelen en twee woonbootorganisaties. Klopt dat? Tot slot vraagt hij wat men bedoelt met de wachtlijst.
- Dhr. Van Poelgeest (GL) spreekt ook waardering uit voor het stuk. Hij zou willen dat op blz. 2 het eerste thema, Ruimte voor wonen op het water, meer wordt verduidelijkt. De gemeenteraad vindt al jaren dat er een gestructureerde groei moet zijn en dat er dus meer woonboten moeten komen, terwijl het er elk jaar minder worden. Bij het genoemde hoofdthema zou wat hem betreft een strategie moeten staan waarin die gestructureerde groei eindelijk vorm krijgt en wordt gesteld dat er over vijf of tien jaar een bepaald aantal woonboten bij moet zijn gekomen met een verdeling over bestaand en nieuw gebied. Het lijkt erop dat al het eerdere werk in dit project wordt overgedaan. In het verleden ging het fout omdat het altijd veel over beleid en regels ging, maar weinig over het weten en het kennen. In het projectvoorstel staat de erkenning dat er te weinig bekend is over waar de boten liggen, onder welke voorwaarden en met welke rechten. Hij roept op ervoor te waken dat bij dit voorstel weer dezelfde fouten worden gemaakt en men vastloopt in mooie beleidsuitspraken. Hij noemt de gestructureerde groei en het weten en kennen de belangrijkste doelen van dit project. Spreker memoreert dat de GroenLinks-fractie heeft ingestemd met het principebesluit inzake erfpacht op het water, maar zij is niet voor een wijze van invoering waarbij men de precariogelden zover verhoogt dat die bijna zitten op het niveau van de erfpacht en de woonbootbewoners vervolgens voor de keuze stelt. Dan zal iedereen natuurlijk voor erfpacht kiezen omdat dit meer rechten geeft. Hij pleit voor het behouden van een werkelijke keuze tussen minder betaling met minder rechten en meer betaling met meer rechten.
- De wethouder (Stadig, PvdA) wijst erop dat de rol van het Grondbedrijf impliciet in het stuk staat, maar de dienst BBA coördineert en trekt het project. Het Grondbedrijf wordt waar nodig instrumenteel ingeschakeld en de kennis aldaar is in het project aanwezig. Een politieke ronde om af te tasten wat de fracties vinden, lijkt hem een goed idee, maar dan wel op een moment dat spreker het geheel kan overzien en dat is nu nog niet zo. De stadsdelen hebben al eerder de behoefte geformuleerd om meer als eenheid op te treden in de fase waarin alles nog duidelijk moet worden. Sommige stadsdelen zijn geneigd voor de wachtlijsten op stedelijk niveau oplossingen te zoeken. Medewerking van de stadsdelen gebeurt op vrijwillige basis, maar die medewerking is wel cruciaal. De Binnenstad heeft ingestemd. Met de portefeuillehouders van de andere stadsdelen heeft de wethouder op 5 september aanstaande overleg. Dan zal blijken of het draagvlak er is, anders heeft het project met de huidige bevoegdheidsverdeling geen zin en die zou spreker graag zo laten.
- Dhr. Reuten werpt op dat het in het kader van een aantal deelprojecten die de gemeenteraad prioriteit gaat geven, misschien een goed idee is bijvoorbeeld voor het onderhoud van wat er tot stand wordt gebracht wat geld beschikbaar te stellen voor de stadsdelen.
- De wethouder vervolgt dat stadsdeel Oud-Zuid niet staat vermeld, maar er ook bij wordt betrokken. De commissieleden hebben in de stukken die er al waren, kunnen zien dat er een verschil is in urgentie en het overtuigd zijn van het nut van erfpacht als het gaat om enerzijds IJburg en de Houthavens en de bestaande situaties anderzijds. Bij IJburg moeten nieuwe plaatsen worden gemaakt met alle noodzakelijke werkzaamheden en investeringen van dien. De gelijke behandeling ligt daar voor de hand en het is nodig die nu meteen in te voeren, want anders zou de wal voor het water betalen.
- Mw. Kalt wil duidelijkheid dat het hier niet om nieuwe plaatsen gaat voor verplaatste boten.
- De wethouder bevestigt dat. Er is eerst een regiem nodig. Vervolgens worden er boten verplaatst en ontstaat er een overgangsprobleem voor die verplaatste boten. Bij de Houthavens geldt dezelfde situatie als in IJburg en daarna is wat spreker betreft de haast een stuk minder. Dan is er tijd om het voor de rest zorgvuldig, met aandacht voor alle details, te gaan regelen. Tijdens de vorige bespreekronde zijn de voordelen van erfpacht goed uitgelegd. Dat maakte te weinig indruk. Hij zal daarvoor in de toekomst bij de heer Goring te rade gaan.
- Dhr. Goring had verwacht dat de wethouder iets zou zeggen over de doorbraak in het denken over erfpacht bij de GroenLinks-fractie, zoals zojuist bleek. Hij zou het toejuichen wanneer die fractie ook bij erfpacht op het land tot een dergelijke doorbraak zou komen.
- De wethouder vervolgt dat het verschil van € 50.000 er bewust staat. Dat geld is bestemd voor het Orde-op-het-waterproject. Dan blijft er nog € 650.000 binnen de prioriteiten over. Dat wordt bestemd voor de belangrijkste zaken in het Waterplan, waaronder wat spreker betreft in de eerste plaats het grondwater. In beginsel kan er per jaar worden geschoven met bedragen en na deze ronde komt het College met een uitgebreid voorstel. Dat kan dus nog in de loop van het proces. Intussen wordt het bestaande beleid uitgevoerd. Er zijn nieuwe initiatieven, zoals de aanpak van overlast op het water, en waar nodig vindt handhaving plaats. Hij maakt aantekening van de wens "waar mogelijk" accent te geven. De zinsnede over de AWB is niet vanzelfsprekend, want daar wordt niet altijd in die mate op gelet, omdat het te omslachtig zou zijn, maar bij dit onderwerp is er aanleiding het extra zorgvuldig te doen omdat anders niet valt uit te sluiten dat de rechter eraan te pas komt. In dit project zal moeten blijken in hoeverre het algemeen onderschreven idee van gestructureerde groei is waar te maken en hoe. Het is afhankelijk van de beschikbaarheid van plaatsten en daar gaan de stadsdelen over. Het is juist de bedoeling dat de feiten nu heel goed in beeld komen.
- Dhr. Van Poelgeest vraagt of het uitgangspunt is dat zo mogelijk invulling wordt gegeven aan de gestructureerde groei.
- De wethouder beaamt dat, maar stelt dat het wel moet kunnen. Van de opmerking van de heer Van Poelgeest over de erfpacht neemt spreker nota.
- Dhr. Van Poelgeest wil benadrukken dat die opmerking sloeg op de invoering van erfpacht op het water. Zijn fractie wenst niet dat woonbootbewoners die er al zijn in drie jaar tijd een precarioverhoging krijgen tot het niveau van een erfpachtcanon.
- Mw. Visser (BBA) vult aan dat BBA met de drie genoemde woonbootorganisaties structureel overleg heeft en dat zijn organisaties die stedelijke opereren. Daarnaast worden alle stadsdeelorganisaties uitgenodigd, maar niet om mee te participeren in de projectgroep. Wel krijgen die in de verschillende te organiseren workshops de mogelijkheid zich kenbaar te maken en zij kunnen in de stadsdelen hun gebruikelijke rol vervullen bij de besluitvorming aldaar.
De wachtlijst is een hele hete aardappel. Er moet iets te verdelen zijn. Het is sterk afhankelijk van hoe het gaat lopen met de gestructureerde groei en van de erfpachtdiscussie. Een en ander zal in het project aan de orde komen. Er komt een Rakbase. Dat is een automatiseringssysteem waarin goed in beeld kan worden gebracht wat er precies waar ligt en waarbij de informatie snel beschikbaar is. Waar maar twee van de drie woonbootorganisaties worden genoemd, moeten ze er alledrie staan. - De voorzitter (Flos, VVD) constateert dat het onderwerp inhoudelijk voor dit moment is afgehandeld.
Nummers woonboten Het probleem rond de huisnummering van woonboten in Amsterdam is uiterlijk eind 2005 in alle stadsdelen opgelost. Door alle ligplaatsen van woonboten te voorzien van unieke nummers, in plaats van tegenover-nummers, zijn zowel TPG post als woonbootbewoners flink geholpen. Geo-Vastgoedinformatie heeft de taak op zich genomen om de voortgang van de vernummering in de stad te bewaken. Daarnaast zijn bindende regels vastgesteld voor de registratie van o.a. ligplaatsen van woonschepen in het Reglement Gemeentelijke Vastgoedregistratie.
De stadsdelen waar nog aanzienlijke aantallen huisnummers vernummerd moeten worden zijn Stadsdeel Centrum (750); stadsdeel Oud West en stadsdeel Noord (80). Stadsdeel Centrum streeft er naar om eind 2005 klaar te zijn. De stadsdelen Oud West, Noord en Oud Zuid verwachten in de eerste helft van 2004 de klus geklaard te hebben.
In Zeeburg; Bos en Lommer; Oost-Watergraafsmeer; Osdorp; Slotervaart en ZuiderAmstel hebben alle woonboten al unieke huisnummers. In Oud Zuid, Westerpark en Geuzenveld zijn er nog maar enkele woonboten met tegenover-nummers.
Het omnummeren verloopt niet altijd helemaal rimpelloos. Het is voorgekomen dat UPC de nieuwe huisnummers beschouwt als nieuwe aansluitingen. De Stadsdelen Centrum en Westerpark berekenen leges voor het omnummeren, dat vinden niet alle woonbootbewoners legitiem. Sommige stadsdelen willen een uniek nummer creëren door een letter achter het tegenover-nummer te plaatsen. Zij doen er verstandig aan daarvoor niet steeds dezelfde letter te kiezen i.v.m. privacy van de woonbootbewoners. Ook de I, J, O en de Q kunnen beter niet gebruikt worden, omdat ze teveel op een cijfer lijken.
Het plan van Aanpak vormt de leidraad voor de uitvoering van het Project Wonen op Water. In het plan staan 5 prioriteiten en een aantal korte acties beschreven. Met de uitvoering van de prioriteiten 'Meer en andere locaties', 'Betaling voor ligplaatsen' en 'Welstand' zijn grote vorderingen gemaakt. De deelnemers aan de werkgroepen van deze thema's hebben veel werk verzet, discussies gevoerd en zijn daarmee gekomen tot de volgende (voorlopige) resultaten:
Het resultaat van de themawerkgroep Meer en andere locaties, is een lijst met 'harde criteria' en 'aandachtspunten' voor woonbootlocaties. Harde criteria zijn punten waarop een plek beoordeeld kan worden m.b.t. de diepte en breedte van het water, het nautisch gebruik van het water en milieutechnische aspecten. Aandachtspunten zijn (politieke) beslissingen die gemaakt moeten worden als een locatie beoordeeld wordt. Bijvoorbeeld over wel of niet afmeren nabij monumenten, of over het wel of niet afmeren van een (eco)boot in een ecologische of industriële zone. Deze aandachtspuntenlijst vormt een handvat waarmee stadsdelen zelf (mogelijke) locaties kunnen beoordelen. Het Projectbureau Wonen op Water nodigt stadsdelen uit voor deelname aan een schouw. Waarbij het water en de oevers per stadsdeel kunnen worden beoordeeld aan de hand van de aandachtspuntenlijst.
Dat het wonen op water meerwaarde kan geven in het stadsbeeld, zal de presentatie van de artist-impressions en de computeranimatie uitwijzen. De presentatie is vanaf eind december beschikbaar.
De themagroep Betaling voor ligplaatsen heeft de opties voor erfpacht, precario en de aanlegovereenkomst met elkaar vergeleken. Het Projectbureau adviseert, op basis van dit onderzoek, het college van B&W te kiezen voor de aanlegovereenkomst. De notitie met dit advies zal eind 2003 in het college behandeld worden, in januari 2004 in de raadscommissie en is te gelijkertijd beschikbaar voor het portefeuillehoudersoverleg van de stadsdelen.
De leden van de werkgroep Welstand stellen een assortiment van welstandscriteria samen. Er zijn hoofdcategorieën benoemd, zoals 'vorm' waarbij concrete criteria worden benoemd. In het voorjaar van 2004 is de eindnotitie gereed.
Rond de thema's Beheer en Bestemmingsplannen starten in januari 2004 werkgroepen. Belangstelling om daaraan deel te nemen? Neem dan contact op met het Projectbureau Wonen op Water: 550 36 36 of mail: wonenopwater@binnenwaterbeheer.nl Excursie Groningen Nederlands meest noordelijk gelegen stad, Groningen, is op actieve wijze bezig met het oplossen van de problemen rond woonboten. Daarom is een groep van 35 ambtenaren, bewoners en projectbureauleden op 27 november aan een lange busreis naar Groningen begonnen mèt koffiebroodjes.
Veel thema's die in Amsterdam spelen zijn ook in Groningen een issue. Volgens Peter Langejan, projectleider Wonen op het Water in de Gemeente Groningen, wil men ook dat daar ligplaatsen in bestemmingsplannen worden opgenomen. Er zijn uniforme regels opgesteld maar het blijkt dat opstellers van bestemmingsplannen die regels niet toepassen. Daarom wordt nu overwogen een facetbestemmingsplan te maken.
Bij de Amsterdammers ontstaat al snel het beeld dat Groningen uitermate woonbootvriendelijk is: weinig of geen welstandseisen en kosteloos liggen op de ligplaats. Bovendien, zo zagen we tijdens de rondvaart over de Groningse stadsgracht, hebben verschillende (historische) woonschepen raampjes in de romp, iets dat in Amsterdam verboden is. Maar soms lijkt het dat het vrije Groningse beleid hetzelfde beeld oplevert als de pogingen van Amsterdam om echt welstandsbeleid te voeren.
De discussie over nieuwe ligplaatsen in Groningen is minder gecompliceerd dan in Amsterdam. Dit heeft vooral te maken met het beperkte aantal beschikbare locaties. Ook Groningen kent het probleem dat er wel de wens bestaat voor meer ruimte voor woonboten maar dat er altijd redenen zijn om die ruimte niet beschikbaar te stellen. Op dit moment is er een stevige discussie gaande over ligplaatsen in nieuwe uitleggebieden en welk soort boten of waterwoningen daar dan moet komen liggen.
Het aansluiten van woonboten op het riool is een Europese richtlijn die echter nauwelijks positieve gevolgen voor het milieu heeft en waarvan de uitvoering een zeer kostbare zaak zal zijn. Tussen Amsterdam en Groningen is wederzijds de intentie geuit dat er gezamenlijke actie ondernomen zal worden richting Den Haag of Brussel.
Tijdens de afsluitende bijeenkomst met bestuurders van het Woonschepen Comité Groningen op het prachtige sociëteitsschip 'De Witte Zwaan' is de verhouding tussen gemeente en bootbewoners aan de orde gekomen. In het verleden was de relatie tussen gemeente en bootbewoners slecht. Regelmatig organiseerden de bewoners acties om aandacht te vragen voor de problemen waarmee zij dagelijks te maken hadden. Het ging zelfs zo ver dat zij een woonboot plaatsten voor de ingang van het gemeentehuis op de Grote Markt. Maar na enkele toenaderingspogingen is de verhouding nu 'redelijk goed' te noemen. Dit heeft vooral te maken met de goede persoonlijke verstandhouding tussen bewoners en enkele gemeenteambtenaren. Het Woonschepen Comité verwijt de gemeente nog wel gebrek aan flexibiliteit, er lijkt soms sprake te zijn van bestuurlijke onwil of onduidelijkheid over plannen.
Al met al heeft de excursie naar Groningen duidelijk gemaakt dat Amsterdam niet de enige stad is die actief aandacht besteed aan oplossingen voor woonboten in de stad. De problemen komen voor een deel overeen maar de aanpak verschilt op sommige onderdelen.
Uit het op de terugreis door alle deelnemers ingevulde evaluatieformulier blijkt dat deze eerste Wonen op Water-excursie een succes is geweest. De lange reis is volgens alle deelnemers ruimschoots goedgemaakt door de interessante Groningse ervaringen en de onderlinge contacten.
Op 11 februari 2004 organiseert het projectbureau een winterconferentie. De vooraankondiging van deze conferentie wordt in december verstuurd en in januari volgt de officiële uitnodiging.
De themagroep Welstand werkt aan het einddocument: het assortiment welstandseisen. Er is nu twee keer proefgedraaid met het assortiment.
Stadsdeelambtenaren en anderen die met welstandseisen gaan werken konden twee middagen uitproberen of het naar tevredenheid werkt. Deze exercitie heeft natuurlijk weer geleid tot enige bijschaving.
Naar verwachting komt deze zomer de definitieve tekst van het assortiment gereed. Daarmee zal in een van de stadsdelen proef worden gedraaid. In het najaar kan dan de presentatie aan de stadsdelen worden voorbereid, zodat het assortiment als bouwpakket voor een welstandsbeleid voor woonboten voor alle stadsdelen komende winter beschikbaar is.
Op 24 april heeft een delegatie van de Stuurgroep met o.m. wethouder Duco Stadig en stadsdeelportefeuillehouder Jan Hoek gesproken met een delegatie van de bewoners. Conclusie in dat gesprek is, dat de wethouder voor het zomerreces een voorstel in het college wil brengen. Daarbij moet worden aangegeven dat er ook 'sociale aanlegovereenkomsten'
mogelijk zijn voor mensen met lagere inkomens. Er zal ook worden bekeken of een dergelijke regeling mogelijk is voor schepen met historische of monumentale waarde.
Daarnaast moet in het voorstel worden aangegeven hoe het zit met de "wachtlijst". Dit is een van die 'historische heikele punten' uit het woonbootdossier. Er is lange tijd onduidelijkheid en discussie geweest:
is er een lijst? En wat is de waarde ervan?
Inmiddels is een concept notitie gemaakt waarin het bestaan van de wachtlijst onomwonden wordt bevestigd, maar ook wordt gesignaleerd dat de status niet helder is. Met woonbootbewoners wordt nu overlegd of een gezamenlijke beoordeling van de bestaande lijst mogelijk is en of we gezamenlijk een voorstel voor de toekomst kunnen maken.
Verplaatsingsprotocol
Woonboten hebben de schijn tegen, maar ze zijn niet gemakkelijk te verplaatsen. In stadsdeel Zeeburg overleggen ambtenaren en bewoners over een aanvaardbare regeling voor een aantal woonbootverplaatsingen. De praktijk wijst uit dat het veelal maatwerk is. De themagroep Locaties gebruikt de regeling van Zeeburg als voorbeeld bij het opstellen van een verplaatsingsprotocol. Ook de besluitvorming rond (gedwongen) verplaatsing is niet altijd even helder. Daarom werkt de themagroep Locaties aan een handig stappenplan voor een eenduidige besluitvormingsroute.
Stadsdeeloverleg Woonboten (SOW)
Er was een interessante agenda: het zoeken naar nieuwe woonbootlocaties, welstand voor woonboten (hoever zijn de stadsdelen?), de voortgang van het project Wonen op Water en uitwisselen van problemen rond de woonboot.
Slechts Osdorp, Noord en Bos en Lommer namen (enthousiast) deel aan het stadsdeeloverleg. Woonbotenbeleid is doorzetten, dus het volgende overleg willen we aanstaande oktober organiseren. Maar let wel: bij te weinig aanmeldingen geven wij het op!